Voortplanting
In onze streken strekt de voortplantingstijd van de Boomkikker zich uit vanaf eind april/begin mei tot eind juni. In die periode beginnen de mannetjes te roepen bij het aanbreken van de schemering en ‘s nachts is het een verdragend geluid dat bij windstille nachten en afhankelijk van de grootte van het roepkoor zelfs tot op een afstand van 500 tot 1200m hoorbaar is.De roep is een ritmisch ‘krek-krek-krek-krek’ dat 4 tot 6 keer per seconde wordt herhaald. Tijdens het roepen zitten de meeste mannetjes in ondiep water of drijven aan het wateroppervlak. In sommige populaties zijn er ‘satelliet-mannetjes’ aanwezig. Dit zijn kleine niet-roepende mannetjes die door hun zwijgzaamheid energie uitsparen en profiteren van de roepende mannetjes om een vrouwtje te veroveren. De eieren worden in kleine ballen gelegd, ongeveer ter grootte van een noot. De eiklompen kunnen 700 tot 1800 eieren bevatten en een vrouwtje kan zo een 2 tot 50 klompjes afzetten. Het vrouwtje bevestigt de klompen aan de waterplanten of legt ze eenvoudig op de bodem van het water. Bij het uitkomen van de eieren zijn de larven 3-5mm lang. Ze groeien uit tot 50 mm. Ze kunnen zich enkel ontwikkelen bij een watertemperatuur hoger dan 15°C en afhankelijk van die watertemperatuur wordt de metamorfose beëindigd in 50 tot 80 dagen.

